Inactieven moet je duurzaam activeren

Inactieven moet je duurzaam activeren

Maatwerkbedrijven kunnen inactieven geleidelijk aan helpen activeren. Duw inactieven die er nog niet klaar voor zijn niet rechtstreeks richting de reguliere arbeidsmarkt. Want hen daar krijgen is één ding, ze daar houden een ander.

Door Francis Devisch, directeur van Groep Maatwerk, de koepelfederatie van de maatwerkbedrijven

Het Vlaams regeerakkoord drukt de ambitie uit om 120.000 mensen extra aan het werk te krijgen. Men wil uitkomen op een werkzaamheidsgraad van 80% en trekt voluit de kaart van activering. Logisch, want enkel meer werkzoekenden aan de slag krijgen zal niet volstaan. De grote uitdaging ligt in het activeren van die mensen die vandaag niet of niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Tot die conclusie kwamen de Vlaamse sociale partners al eerder dit jaar in het SERV-akkoord Iedereen aan Boord.

Ook Groep Maatwerk, de koepel van de Vlaamse maatwerkbedrijven, heeft ambitie. De 130 bedrijven kunnen een substantiële bijdrage leveren. We stellen onze knowhow ter beschikking van reguliere bedrijven en openen onze werkvloeren voor tijdelijke tewerkstelling. Essentieel is wel dat er gekozen wordt voor een activering die leidt tot duurzame tewerkstelling.

Afstand

De groep van inactieven - 22% van de Vlamingen tussen de 20 en 64 jaar - is een heel diverse groep naar leeftijd, scholing, competenties en afkomst. Ook hun afstand tot de arbeidsmarkt verschilt enorm. Hen aan het werk te krijgen en te houden zal een gedifferentieerde aanpak vergen. De Vlaamse regering stelt dat ze maximaal een beroep wil doen op iedereen die zinvol kan bijdragen. De maatwerkbedrijven kunnen dit helpen realiseren op drie manieren.

1. Via het bijkomend tewerkstellen van maatwerkers. De groep van inactieven omvat immers sowieso mensen die voldoen aan de (wettelijke) criteria om tewerkgesteld te worden in een maatwerkbedrijf.

2. Via het ondersteunen van de tewerkstelling in reguliere bedrijven. Maatwerkbedrijven stellen hun knowhow ter beschikking van reguliere bedrijven en maken er zo de tewerkstelling van anders-actieven mogelijk. Het aanpassen van de werkvloer, het opdelen van het arbeidsproces in functie van de noden en talenten van medewerkers en het voorzien van begeleiding op maat zijn cruciaal voor een geslaagde (re-)integratie.

3. Via het tijdelijk tewerkstellen (buiten het maatwerkkader om) van mensen met een te grote afstand tot de arbeidsmarkt. Want vaak is de wil er wel, maar zijn mensen gewoon nog niet klaar voor tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt. Een tijdelijke tussenstap via maatwerkbedrijven, in de vorm van een stage of een tijdelijke betaalde tewerkstelling, kan het verschil maken.

Valkuil

Het derde aspect is essentieel in een duurzaam (re)integratiebeleid voor de arbeidsmarkt. Het is het antwoord op het risico dat de sterke wil om mensen te activeren automatisch met zich meebrengt. De grote valkuil is immers dat inactieven die er nog niet klaar voor zijn, toch rechtstreeks richting de reguliere arbeidsmarkt geleid zullen worden.

Hoe groot de druk vanuit de reguliere arbeidsmarkt ook is, laat ons alsjeblieft die fout niet maken. Dergelijke tewerkstelling is gedoemd om te mislukken en leidt tot ontgoochelde en gedemotiveerde werknemers, waardoor de afstand tot de arbeidsmarkt alleen maar groter wordt.

Zalmmodel

Laat ons doordacht kiezen voor het zalmmodel, waarbij we personen die er nood aan hebben ondersteuning op maat bieden op de werkvloer van een maatwerkbedrijf. Zo krijgen ze de kans en de tijd om de grote kloof met de reguliere arbeidsmarkt te overbruggen om zoals de zalm, telkens met kleine sprongetjes opwaarts, naar reguliere tewerkstelling te evolueren.

Ik roep op om ook nu de nood op de reguliere arbeidsmarkt hoog is en de druk groot, toch te kiezen voor een duurzame oplossing. Inactieven op de arbeidsmarkt krijgen is één ding, ze daar houden een ander.