Werk voor mensen met een beperking in “Villa Politica” deel 1 (tot eind februari)

Werk voor mensen met een beperking in “Villa Politica” deel 1 (tot eind februari)

De Beleidsnota

Aangezien in 2019 een nieuwe Vlaamse regering van start is gegaan waren er nieuwe beleidsnota’s. Hilde Crevits is in deze regering bevoegd voor Werk en Sociale Economie. In haar “Beleidsnota Werk en Sociale Economie 2019-2014” zijn enkele pagina’s (29-32) gewijd aan acties met het oog op het “benutten van alle arbeidspotentieel met een focus op kwetsbare groepen en niet-beroepsactieven”. Dit betreft niet enkel mensen met een beperking maar ze zijn zeker een van de belangrijkste ondervertegenwoordigde groepen. De acties zullen worden aangestuurd door de VDAB, in samenwerking met lokale besturen, bedrijven en andere partners.

De algemene krijtlijnen zijn : een aanpak op maat van de mogelijkheden van elke persoon; de inzet van outreachende methodes om iedereen te kunnen bereiken; het wegwerken van individuele en van structurele drempels; goede praktijken integreren in de dienstverlening en werkloosheids-en inactiviteitsvallen wegwerken. Bijzondere aandacht gaat naar de re-integratie in de arbeidsmarkt van langdurig zieken, aansluitend bij het kader dat op federaal niveau hiervoor wordt uitgewerkt. Voor mensen die (nog) niet aan werken toe zijn, is een uitbreiding en aanpassing voorzien van de Werk- en zorgtrajecten en wordt vrijwilligerswerk een onderdeel van een traject naar werk.

In het beleidsveld Sociale Economie (pag. 51-53) zal het individueel maatwerk worden ingevoerd en zal het collectief maatwerk worden versterkt. De maatwerkbedrijven worden ertoe aangezet om de doorstroom te verhogen en ze zullen ook een rol krijgen in de uitbouw van het individueel maatwerk. Voor de verschillende vormen van arbeidszorg wordt naar een eenduidig (wettelijk) kader gezocht.   

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

Vragen om uitleg in de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie.

In de maanden januari en februari 2020 waren er meerdere vragen om uitleg aan minister Crevits. De commissieverslagen geven in extenso en letterlijk weer wat er tijdens de zittingen aan bod komt. De tekst van alle hierna vermelde verslagen omvat 25 volle pagina’s. We kunnen hier enkel wat ‘highlights’ vermelden en verwijzen naar de website van het Parlement voor de volledige tekst.

Op de vergadering van 9 januari 2020 heeft Maurits Vande Reyde een vraag gesteld over de arbeidsparticipatie van mensen met een handicap en de drempels naar werk die opgeworpen worden in het stelsel van de tegemoetkomingen (inkomensvervangende en integratie-tegemoetkoming). Veranderingen aan die stelsels zijn federale bevoegdheid maar de huidige (ontslagnemende) regering kan nieuwe initiatieven voorbereiden waaraan Minister Crevits haar medewerking toezegt. Op een bijkomende vraag van Caroline Gennez naar de samenwerking tussen VDAB en RIZIV antwoordt de Minister dat men in 2020 in het kader van de samenwerkings-overeenkomst vijfduizend langdurig zieken wil re-integreren. De Minister merkt ook nog op dat er een probleem is met de terugkeergarantie voor personen die doorstromen uit het collectief maatwerk maar het niet redden op de reguliere arbeidsmarkt. Tevens stelt ze de vraag waarom iemand die doelgroepmedewerker was in een maatwerkbedrijf en intern doorstroomt naar een gewone arbeidsplaats, geen recht heeft op een VOP.    

Op de vergadering van 16 januari 2020 heeft Axel Ronse een vraag gesteld over de drempels om het werk bij ziekte te hervatten en de manier waarop men vanuit de Vlaamse bevoegdheden mensen die langdurig ziek zijn kan stimuleren om het werk te hervatten. De Minister wil vooral op zoek gaan naar hefbomen om dat doel te bereiken : “Een betere communicatie tussen de behandelende artsen, arbeids- of bedrijfsartsen en adviserend artsen langs de ene kant en de bedrijfs-geneeskundige diensten en werkgevers langs de andere kant kan een oplossing zijn. Maar ik zie ook verder potentieel in een versterkte samenwerking tussen VDAB en het RIZIV en de ziekenfondsen. In de praktijk blijkt het instrumentarium dat beschikbaar is voor langdurig zieken en werkgevers nog altijd onvoldoende gekend. We moeten daarover nog communiceren en sensibiliseren.” Ze wijst ook  op de verschillende bestaande Vlaamse instrumenten zoals arbeidspostaanpassingen, de VOP etc.

Axel Ronse merkt op dat er federaal een verplichting zou moeten komen om re-integratie trajecten op te starten, waarbij men niet uitsluitend kijkt naar de eigen werkgever maar ook naar andere, en dat het uitkeringsstelsel moet worden aangepast zodat proefperiodes mogelijk worden.  Tom Ongena herinnert eraan dat de vorige Minister van Werk een onderzoek had beloofd naar de mogelijkheden om uitzendarbeid te benutten in de re-integratie en vraagt naar de resultaten van dat onderzoek. Ilse Malfroot vraagt aandacht voor de mogelijkheden om iemand tijdelijk intern een andere job aan te bieden, en denkt daarbij zowel aan de zorgsector als aan de overheid. Caroline Gennez wijst op het gebrek aan mogelijkheden tot geleidelijke re-integratie. Robrecht Bothuyne haalt het rapport van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid aan, dat het begeleiden en activeren van inactieven waaronder langdurig zieken, als prioriteit naar voren schuift. Hij vraagt ook dat mensen in ziekteverlof via loopbaanbegeleiding hun positie op de arbeidsmarkt kunnen verbeteren. En hij stelt vragen bij de effectiviteit van de VDAB-RIZIV projecten waarvan de uitstroomcijfers toch maar rond de 30% schommelen.

In haar antwoord op deze vragen stelt de Minister dat ze van plan is een Rondetafel over de problematiek te organiseren, waarbij ze gebruik wil maken van een nog te verschijnen VIONA-onderzoeksrapport.    

Tijdens dezelfde vergadering van 16 januari 2020 stelt Axel Ronse een vraag naar het gebruik van een “social impact bond” voor de activering van langdurig zieken. De Minister wijst erop dat er in de huidige dienstverlening van VDAB voor langdurig zieken en voor werkgevers al heel wat bestaat maar dat het de bedoeling is dat VDAB, complementair met zijn huidige dienstverlening, alternatieven ontwikkelt die een antwoord bieden op de inactiviteit van langdurig zieken. “Een social impact bond is daarvoor in principe een geschikt financieringsmechanisme. Een social impact bond is een publiek-private samenwerking waarbij een sociale dienstverlener of een bedrijf, een investeerder en een overheidsorgaan een contract aangaan om een maatschappelijk probleem met een hoge maatschappelijke kost aan te pakken. Een investeerder draagt het financiële risico en wordt pas terugbetaald als het project slaagt (...) . Bij succes betaalt VDAB de werkingskost terug, samen met de winstmarge.” Het project waarvoor nu opgeroepen wordt omvat de re-integratie van een 1000-tal langdurig zieken. Een evaluatie van de haalbaarheid en effectiviteit zal pas binnen een tweetal jaar zinvol zijn.  Axel Ronse spreekt zijn tevredenheid uit dat het Kabinet en de VDAB deze weg wil inslaan.

Op de vergadering van 30 januari 2020 stelt Allessia Claes een vraag om uitleg over het monitoringskader voor het doorstromingstraject in het kader van het Maatwerkdecreet : “Hoe zult u het monitoringskader concreet uitwerken? Met welke kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren zult u aan de slag gaan? Wat is de timing voor de uitrol hiervan? Wat is uiteindelijk de verwachte output van dit monitoringskader? Op welke manier kan dit kader ertoe bijdragen meer doelgroep-werknemers naar de reguliere economie te laten doorstromen? “

De minister wijst erop dat de Vlaamse Regering op 17-01-2020 bepaald heeft dat een doorstroomstage een verplicht onderdeel wordt van een doorstroomtraject in de sociale economie en ervoor gezorgd heeft dat dit administratief vlotter kan verlopen. De Minister wijst er verder op dat het Departement Werk en Sociale Economie en de VDAB de opdracht hebben om de doorstroombewegingen (zowel intern als extern) beter in kaart te brengen en nauwkeurig op te volgen.  Tegen eind 2020 moet dit resultaten opleveren, maar het gebruik van de Kruispuntbank Sociale Zekerheid brengt met zich mee dat er een tijdskloof is in de monitoring. Allessia Claes stelt verder nog vragen over de aanpak en de timing van de terugkeergarantie en het individueel maatwerk. Tijdens deze zitting is hier geen antwoord op gegeven. Caroline Gennez wijst erop dat er een grote verantwoordelijkheid voor het al dan niet slagen van een traject ligt bij de doorstroompartner, het reguliere bedrijf. 

Op dezelfde vergadering van 30 januari 2020 stelt Caroline Gennez een vraag over de activering van langdurig zieken en de toepassing van de Vlaamse ondersteuningspremie. Ze herinnert eraan dat de minister tijdens de bespreking van de beleidsnota aangaf dat er nog maar voor 173 personen een tijdelijke VOP werd aangevraagd (en 74 toegekend). En ze vraagt bij welke instanties Vlaamse ondernemingen terechtkunnen om taken te herverdelen, de zogenaamde “jobcarving”.

De Minister herinnert aan de inhoud van de “tijdelijke” VOP : “De Vlaamse ondersteuningspremie richt zich tot een nieuwe doelgroep, namelijk personen met een indicatie ‘arbeidshandicap’ waarvan de problematiek nog positief kan evolueren en dus nog niet ‘definitief’ of ‘stabiel’ is. Men komt in aanmerking voor een VOP voor bepaalde tijdelijke duur als het niet duidelijk is welke impact het gezondheidsprobleem of de arbeidsbeperking heeft op langere termijn of als de impact tijdelijk is.

Personen kunnen bij VDAB een recht op ondersteuning aanvragen, de werkgever vraagt nadien bij het Departement Werk en Sociale Economie de VOP aan. De tijdelijke VOP bedraagt 20 procent van het referteloon gedurende maximaal twee jaar en kan na twee jaar verlengd worden of kan verhoogd worden tot 60 procent van het referteloon. In 2019 kende VDAB 192 keer het recht op de tijdelijke VOP toe. Maar eerst gaat VDAB altijd kijken of men het recht op een VOP van onbepaalde duur kan toekennen omdat dit mensen meer kansen geeft op de arbeidsmarkt. Personen die gedeeltelijk het werk hervatten, komen voor het recht op de tijdelijke VOP in aanmerking onder twee voorwaarden: ofwel moeten ze in aanmerking komen voor een rechtstreeks recht op de tijdelijke VOP op basis van een attest, ofwel als uit onderzoek op basis van ICF-indicering (International Classification of Functioning, Disability and Health) blijkt dat er sprake is van voldoende job onafhankelijk rendementsverlies binnen de effectieve uren. “ Of die maatregel  breder moet worden ingezet wil de Minister laten uitzoeken op de geplande Rondetafel maar ze wijst erop dat er ook aan de bekendmaking moet worden gewerkt. Caroline Gennez wil dat de acties ten aanzien van langdurig zieken niet beperkt zouden blijven tot de cohorte die op vrijwillige basis in het akkoord RIZIV-VDAB instapt.  Axel Ronse sluit zich daarbij aan, maar wijst erop dat de hefbomen hiervoor vooral federaal zijn. De Minister antwoordt dat zij sowieso meer trajecten wil en dat de automatisering daartoe zal bijdragen.

Op de vergadering van 6 februari 2020 stelt Tine van der Vloet een vraag over de Vlaamse ondersteuningspremie en bijzondere tewerkstellingsbevorderende maatregelen. Hoe wil de minister, zoals aangekondigd in de beleidsnota, de VOP verruimen in functie van de loonkostondersteuning en begeleiding naar groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. En is de lijst met voorwaarden op de VDAB-website nog wel actueel gezien de wijzigingen in de  regelgeving door de introductie door het VAPH van persoonsvolgende financiering.

De minister antwoordt : “Idealiter kunnen we op termijn aan de werkgevers één type loonpremie aanbieden dat kan worden ingezet voor beide groepen, zijnde personen met een arbeidshandicap en personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Maar dat vraagt een zeer grondige analyse en een vergelijking van de huidige systemen.” De geplande invoering van het individueel maatwerk zal mede bepalen hoe de middelen worden ingezet. En de VDAB en het VAPH zoeken samen hoe er grotere synergiën tot stand kunnen komen.

Tine van der Vloet stelt nog enkele vragen : “Ik heb pas het aantal aanvragen naar die arbeidspostaanpassingen schriftelijk opgevraagd. Tussen de aanvraag en de toekenning zijn er heel wat weigeringen. Wat kan de reden van weigering zijn? Het aantal arbeidspostaanpassingen daalt. Wat zijn de specifieke redenen daarvoor? Is het bijvoorbeeld omdat de gebouwen al wat meer zijn aangepast en er dus bijvoorbeeld geen speciale deurklink moet worden geplaatst? Wat zijn de specifieke redenen? Want als we meer mensen aan het werk willen, en de arbeidspostaanpassingen dalen, aan wat ligt dat dan? Wat zijn daarvoor de redenen?” De Minister zal dit bekijken.

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

Schriftelijke vragen

De opvolging van het beleid door de parlementsleden gebeurt o.a. door het stellen van schriftelijke vragen aan de bevoegde Minister, in dit geval Hilde Crevits. Tot dusver waren er vier. We vermelden hier telkens enkele belangrijke elementen. De volledige vraag en het volledige antwoord, eventueel met uitgebreide cijfergegevens, is gemakkelijk te vinden op de website van het Vlaams Parlement.

Vraag nr. 50 van Axel Ronse (23 oktober 2019) heeft betrekking op de toeleiding naar de sociale economie met gebruik van de ICF-indicering (een meetinstrument op basis van de “International Classification of Functioning, Disability and Health”). Eind oktober 2019 waren er ongeveer 1 900 personen die op basis van dit instrument een indicatie “Collectief maatwerk” hadden gekregen. Dit zijn wel niet alle personen met een dergelijke indicatie, want uit de VDAB-statistieken leren we dat er eind juni 2019 in totaal 5 557 Niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) waren die op basis van dit en andere criteria een indicatie “Collectief maatwerk” hadden. Uit het antwoord leren we verder dat de VDAB, en de Minister, de ICF-indicering heel positief beoordelen. Het is voor hen een heel bruikbaar instrument, maar ze beseffen dat de toepassing ervan van alle betrokkenen nogal wat inspanning vraagt. Er was ook gevraagd hoe de sociale economiebedrijven zelf het instrument evalueren, maar daar is geen antwoord op gekomen .

 

Vraag nr. 57 van Axel Ronse (23 oktober 2019) betreft de activering van arbeidsongeschikte werkzoekenden en het partnerschap tussen de VDAB en het RIZIV. Het antwoord bevat veel cijfers over de trajecten naar werk van langdurig zieken. In 2018 waren er ongeveer 4 000 trajecten en de gedeeltelijke cijfers voor 2019 laten vermoeden dat er in dat jaar nog iets meer zullen zijn. De cijfers worden opgedeeld naar leeftijd, studieniveau en provincie. Van de personen voor wie een traject in 2018 was opgestart waren er 18 maand later 29% uitgestroomd naar werk. Deze uitstroomcijfers worden meer gedetailleerd weergegeven. En er is ook een inhoudelijk en kwantitatief overzicht van de acties die de VDAB en het RIZIV hebben ondernomen in het kader van hun samenwerking.    

Vraag nr.102 van Allessia Claes  (7 november 2019) betreft de niet-inzetbare personen op de arbeidsmarkt. In oktober 2019 waren er 8 766 niet-werkende werkzoekenden met een VDAB-advies “niet-toeleidbaar”.  Een werkzoekende waarbij de VDAB, op basis van een gespecialiseerde screening, van oordeel is dat hij/zij omwille van niet-arbeidsmarkt gerelateerde problematieken (ernstige medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problematiek = MMPPS problematiek) - zelfs mits intensieve begeleiding - niet ingezet kan worden op de arbeidsmarkt, noch in betaald noch in onbetaald werk, die krijgt het advies ‘niet-toeleidbaar’.

Uit de cijfers blijkt dat het aantal “niet-toeleidbare” werkzoekenden tussen 2015 en 2019 gestegen is met 64%. In 2019 zijn er iets meer vrouwen (52%) dan mannen (48%). Over de specifieke aard van de problematiek zijn er geen gegevens verstrekt en ook niet over de nationaliteit. Er is een periodieke her-evaluatie van de niet-toeleidbaarheid en de VDAB gaat na, in samenwerking met het Departement Welzijn, welk ondersteuningsaanbod kan worden geboden. 

Vraag nr.164 van Tine Van der Vloet  (27 november 2019) betreft de stand van zaken inzake de toekenning van tegemoetkomingen voor arbeidsgereedschap, arbeidskledij en arbeidspost-aanpassingen. Er wordt een heel gedetailleerd overzicht gegeven, over de jaren 2016-2018 en de eerste helft van 2019, van het aantal tegemoetkomingen, de uitgaven, de verdeling van de arbeidspostaanpassingen naar sector van de onderneming, de begroting voor 2020 en de combinatie van die tegemoetkomingen met de Vlaamse Ondersteuningspremie.  

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

Commentaar bij de schriftelijke vragen

Vier vragen is nog niet veel maar de zittingsperiode van dit parlement is ook nog maar pas begonnen. Wat ons wel bezorgd maakt is dat de meeste vragen bijna alleen betrekking hebben op de kwantitatieve aspecten van de beleidsuitvoerig. We zijn de parlementsleden zeker dankbaar dat ze die vragen stellen, want die informatie is blijkbaar niet publiek beschikbaar, maar is het instrument van schriftelijke vragen wel het meest geschikte om zulke informatie naar boven te brengen?  Ons inziens is dat niet zo. Het gaat om gegevens die de departementen of agentschappen op eigen initiatief publiek zouden moeten maken. Dat zou ook vermijden dat er bv. wel informatie is voor één bepaald jaar, maar niets daarna (of daarvoor), tenzij er iemand op het idee komt om nog maar eens een update te vragen. Vooral het Departement Werk en Sociale Economie blijft hier in gebreke. Er is wel de Focus op Talent Barometer, met gegevens over de arbeidsdeelname van mensen met een handicap, maar de website bevat, in tegenstelling tot een vijftal jaar geleden, zeer weinig informatie over de beleidsuitvoering. Het lijkt wel, hoe meer informatica (en hoe meer die kost) hoe minder informatie. De VDAB doet het in dit opzicht beter, maar ook daar zijn er veel gegevens die wel aan de Raad van Bestuur worden bezorgd, maar niet toegankelijk zijn voor wie daar niet in zetelt (of er iemand kent ...). Misschien kan die lacune worden opgevuld door het voor dit jaar beloofde “SV-rapport Maatschappelijke positie en participatie van personen met een handicap” van “Statistiek Vlaanderen”. Maar aangezien  “Statistiek Vlaanderen” veel van de  gegevens toch ook bij de departementen en agentschappen moet halen kunnen die zelf ook nog best wat meer publiceren.

What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail
What do you want to do ?
New mail

Het volledig overzicht hebben we in een ander artikel gepost.

What do you want to do ?
New mail